Antroposofie

Kennis van het antroposofische mensbeeld geeft inzicht in de algemene wetmatigheden van de menselijke levensloop. Daartegen afgezet krijgt de persoonlijke problematiek van de cliënt een eigen kleur. Persoonlijke- en werkproblemen worden in een biografisch perspectief geplaatst en crises worden herkend als groeimomenten en uitgangspunt voor veranderingsprocessen. De psychosociaal hulpverlener werkend vanuit de antroposofie weet zich geïnspireerd door het antroposofische mensbeeld, hetgeen niet betekent dat de cliënt ook over die kennis of affiniteit behoeft te beschikken.

Meerwaarde Antroposofie

De antroposofische blikrichting kan een extra dimensie geven aan de hulpverlening. Deze visie gaat er vanuit dat ieder mens een eigen ontwikkeling gaat, waarin in de loop van het leven bepaalde fasen te onderscheiden zijn. Deze opeenvolging van fases wordt wel biografie genoemd. In iemand's biografie kan een individuele lijn zichtbaar worden waarin de authenticiteit en de zingeving van het leven spreekt.

Via inzicht in patronen die in het leven zijn ontstaan en die geleid hebben tot de eigen wijze van functioneren komt er opnieuw verbinding met de eigen idealen en authenticiteit. Dit geeft ook inzicht in de eigenschappen die we in onszelf waarderen, en in datgene dat we willen veranderen. De therapie is gericht op versteviging van de kwaliteiten en het leren omgaan met belemmerend gedrag, zowel naar jezelf toe als in het contact met anderen

Erfelijkheid en individualiteit

Over het algemeen heeft ieder mens lichamelijke gelijkenissen met zijn ouders en voorouders. Uiterlijke en fysiologische constitutie zet zich vaak voort in de familielijnen. Op het zielmatig gebied zijn de gelijkenissen tussen ouders en kinderen geringer. Natuurlijk zetten leefomstandigheden van het gezin hun stempel op de volgende generatie, net zoals belangstellingsgebieden vaak doorgegeven worden. Toch zijn er van jongs af aan unieke verschillen te zien tussen het ene en het andere kind uit een zelfde gezin: ze blijken van jongs af aan een heel eigen persoonlijkheid te hebben. Ook is het opmerkelijk hoe verschillend de reactie op de gebeurtenissen is, die de één of de ander meemaakt, en hoe bepalend die is voor iemands levensloop.

Er wordt in de antroposofie onderscheid gemaakt tussen eigenschappen die voorgeboortelijk worden aangelegd en eigenschappen die ontstaan tijdens het leven op aarde. Vaak is een wisselwerking te zien tussen dat wat we bij de geboorte meebrengen en dat wat zich tijdens het leven aan ons voltrekt. We kunnen dat wat ons overkomt beschouwen als oefenmateriaal. We hebben daardoor de mogelijkheid ons te ontwikkelen en er vrijer mee om te gaan.

Niemand kan via exact denken verklaren waarom bovengenoemde verschillen bestaan. Je kunt het aan het toeval wijten; maar je kunt je ook afvragen of de kern van ieder mens mogelijk al eerder indrukken heeft opgedaan, en het leven nu een voortzetting is van een eerder leven.

Dit zijn vragen die mensen alleen voor zichzelf kunnen stellen en die met gewoon bewustzijn niet met volledige zekerheid zijn te beantwoorden. Toch kan het leven met deze vraag mensen soms denkbeelden aanreiken die hen meer bevredigen dan het woord “toeval”. Uitgangspunt in de hulpverlening is de mensvisie en vraag van de hulpvrager; daarbij krijgt afhankelijk van de belangstelling van de hulpvrager dit bovengenoemde spirituele mens- en wereldbeeld aanvullend meer of minder aandacht in de gesprekken.